Opgroeien in en rond Kijkduin - De jeugdjaren van Anton (John) van de Wouw

Rond 1936 besloot mijn vader dat het wonen in een krappe wijk in Den Haag (Begoniastraat) met een vrouw en twee kinderen niet zo leuk was als het wonen buiten de stad, zeker in een plaats als Villa Dorp Kijkduin. Het was eigenlijk een behoorlijk stuk uit de stad, bus- en tramservice was problematisch, maar met een motor bij de hand was dat wel mogelijk (bij goed weer).
Dus we gingen naar Zandvoortschelaan 16, de linkerzijde van een "drie onder één dak" huis.

Veel zand rondom het huis, de oorspronkelijke verkoopbrochure uit 1923 had vermeld dat er in alle tuinen rijke tuingrond zou worden afgezet, maar dat is op de een of andere manier nooit gebeurd, waarschijnlijk een kostenbesparing op het laatste moment. Met al dat zand groeide er op ons erf (of de meeste erven in Kijkduin) niets anders dan plaatselijk winterhard onkruid dat het dorp een rustieke uitstraling gaf. Mijn vader hield van de "geen onderhoud" aspecten, hij haatte het tuinwerk.

Toen ik daar woonde, ben ik terechtgekomen in de Kleuterschool op de hoek van de Noordwijksche/Wijkschelaan. De klas was klein en Juf Jansma hield alle kleine Kijkduiners bezig met liedjes, tekenen en het maken van gekleurde papieren kettingen. de Juf moet op een gegeven moment hebben uitgelegd dat de inschrijving vrijwillig was, we hoefden niet aanwezig te zijn, ik nam dat waarschijnlijk erg letterlijk als 'dat ik niet hoefde te gaan als ik dat niet wilde', wat ik de volgende dag prompt besloot. Het kostte de dienstbode al haar energie om me schoppend en schreeuwend naar school te slepen, terwijl ze schreeuwde: "Ik hoefde niet te gaan, de Juf zei het". Het maakte niet uit, ik zat opgesloten in het schooltoilet om te kalmeren. Wat waarschijnlijk wel lukte, maar sindsdien ben ik slechts een middelmatige student op zijn best, geef het de schuld van jeugdtrauma's.

Op een dag kwam mijn klasgenoot Karel naar de Zandvoorstschelaan in zijn felrode metalen trapautootje, ver weg van waar hij woonde aan de Scheveningschelaan. Maar dat was Kijkduin, wij kinderen waren vrij om te zwerven waar we wilden met weinig of geen volwassenetoezicht.

Mijn vader merkte hoe geïntrigeerd ik was met die auto en zie je, hij heeft me er een gekocht die de heer de Gruyter van de plaatselijke Kijkduin-garage aan de Kijkduinschestraat, heeft geschilderd, felgeel. Die auto was onverwoestbaar, ik probeerde later de wielen te demonteren en een skelter te bouwen, maar kon ze er niet af krijgen. Met een eigen trapauto zouden we midden op de weg de "heuvel" van de Zandvoortschelaan af racen zonder verkeersproblemen - er was bijna nooit een andere auto dan de door het paard getrokken kar van de groenteboer of bakfiets van de melkman. Maar helaas werd de auto achtergelaten toen we in november 1942 uit Kijkduin werden verdreven. Na de oorlog hebben we die nog in redelijk goede staat teruggevonden in de "kleine duinen" vlakbij de Kijkduinschool!

In 1939 kregen mijn ouders de kans om te verhuizen naar de Duinlaan 123, die beter licht en uitzicht had, zodat de verhuizing werd uitgevoerd. Ondertussen ging men naar de Kijkduinschool, met alle andere kinderen uit Kijkduin en ook een flink aantal uit Loosduinen. Een van de attracties van die locatie was dat het aan de overkant van de "beek" was, wat perfect bleek om zelfgemaakte vlotten op te drijven, stenen in te gooien, over te springen (niet altijd succesvol) en na een goede vorst, verder te schaatsen.

Achter de beek graasden de weilanden vroeger koeien, en daarachter Meer en Bos met een perfecte schaatsvijver in de winter (het lijkt erop dat er elke winter ijs lag). Al die gebieden stonden voor ons kinderen wijd open om te verkennen en te betreden - vaak werden we uitgedaagd door de knie van de lokale boer en de Boswachter (het excuus dat er altijd al "mijn ouders een kaartje hebben" - jaarlijkse bezoekerspassen moesten worden gekocht voor bezoeken aan Meer en Bos).

Het belangrijkste (enige) winkelgebied van Kijkduin was aan één kant van de Kijkduinschestraat, tussen de Scheveningschelaan en de Zandvoortschelaan. Op de hoek stond Kruidenier van Bochoven, die alle klanten (en hun kinderen) bij naam kende. In het voorjaar, als de eerste aardbeien beschikbaar waren, kreeg elk gezin één mandje toegewezen, en toen wij kinderen het systeem probeerden te bespelen en terug te gaan toen mama haar mandje al had gekregen, werden we steevast op heterdaad betrapt. Er was ook een fotowinkel, een Tabakswinkel, een ijswinkel (dubbele primeur voor een dubbeltje, een fortuin voor ons kinderen --- kwam niet vaak voor) en natuurlijk een aantal winkels die "strand spullen" verkopen.

Kruidenierswinkel/Bakker van Bochoven was gevestigd op de uiterst rechtse hoek. Wij kinderen liepen op de Scheveningschelaan op weg naar school en na het schreeuwen "heeft U nog koekie kruimels?" gooide de bakker een papieren zak met gebroken koekjes door het open raam de straat op... ze kwamen nooit echt op straat terecht, maar werden meestal gevangen in de lucht en direct verslonden.

Al deze activiteiten werden natuurlijk ingeperkt door de vele strandtochten die voor Kijkduin-kinderen normale en routinematige evenementen waren, de enige waarschuwingen die we ooit van de ouders kregen was om uit te kijken voor de onderstroom bij de stenen pieren die langs het strand in de zee steken. Ik kan gewoon doorgaan, er is gewoon te veel te veel te vertellen over de kinderen in Kijkduin.

Mei 1940 betekent natuurlijk dat Nederland is binnengevallen, vechtend in en rond Ockenburgh, zie onderstaande website voor details over de lokale effecten:

http://www.vliegveld-ockenburg.net/

In november 1942 kregen de mensen in Kijkduin de opdracht hun huizen, Kijkduin, te verlaten om deel uit te maken van de vestingwerken van de Atlantikwall met mijnenvelden, tankgracht, bunkers, enz.
allemaal uitvoerig beschreven in verschillende bronnen.

We hadden in die tijd een kleine geit, die we niet echt konden meenemen, dus mama verruilde hem voor 5 kilo appels met de groenteboer.
In 1943/44 werd een deel van de huizen gesloopt als onderdeel van de versterkingswerkzaamheden, veel huizen werden ontdaan van bruikbaar materiaal (misschien gebruikt in bunkers). Na de oorlog besloot de stad om nog een aantal huizen te slopen om welke goede (of minder goede) redenen dan ook.

Na 1945 had ik, woonachtig in Den Haag, de gelegenheid om vaak naar Kijkduin te komen, met vriend Karel op bezoek te gaan, de bunkers in de duinen te verkennen, allerlei soorten munitie te verzamelen (het huis aan de overkant van de Kijkduinschool was in feite een opslagplaats voor artillerie munitie, goed gevuld tot ver na de oorlog).

In 1947 besloot mijn vader dat het in Californië beter weer was en weg waren we. Sindsdien zo vaak mogelijk Kijkduin bezocht --- nog steeds magisch, maar de veranderingen zijn schokkend.

(Opmerking: Deze tekst is vertaald uit het Engels, maar zoveel mogelijk de eigen Nederengelse schrijfstijl behouden. Hij schreef dit prachtige verhaal eind 2014 vanuit zijn huis in Californië en stuurde enkele zeer bijzondere foto's mee uit eigen archief. Helaas is John, kort daarna, in maart 2015 overleden. Gelukkig zijn zijn herinneringen aan zijn jeugd in Kijkduin bewaard gebleven!)

The Indestructible Trap Auto - de onverwoestbare felgele trapauto van John

De 'Indestructible Trap Auto'  - de onverwoestbare felgele trapauto van Jan van de Wouw. Op de achtergrond de cottage van de buren, Zandvoortschelaan 18.