Een situatietekening van kort na de oorlog, gemaakt door Gemeentewerken Den Haag, van het bunkercomplex, waarop de verbindingsgang tussen de Meer en Boslaan 102 en de Tobruk (een eenmansbunker) in de voortuin van de Duinlaan 149 goed zichtbaar is.

Een monster in de kelder van de Meer en Boslaan 102

Door Theo van Os

‘Mijn opa en oma woonden in het huis Meer en Boslaan 102, ik weet uit mijn jeugd dat zij in de huiskamer een trapje naar een kelder hadden met een ijzeren deur ervoor, wij mochten daar nooit achter die deur kijken, want daar zou een monster wonen. Wel was in de zijtuin van het huis te zien dat daar een kelder of een tunnel was, door een verhoogde tuin…’

Zo begon het berichtje van Ron Huisman, dat ik ontving via de website geschiedeniskijkduin.nl. En dat maakte nieuwsgierig, want het verhaal kon wel eens kloppen, nou ja, niet wat het bestaan van het monster betreft, maar wel van het trapje naar een kelder en die tunnel in de tuin…
Tijd voor een nader contact, om na 70 jaar eindelijk het mysterie van het monster in de kelder te ontrafelen!

Het trapje naar de kelder

De herinneringen van Ron kloppen helemaal, ook al is het echte verhaal rond het mysterie misschien wat minder vrolijk dan gedacht. Maar eerst iets over de opa en oma van Ron, die kort na de oorlog de woning aan de Meer en Boslaan betrokken. ‘Mijn grootouders Huisman hebben deze woning kunnen huren, nadat de Duitsers vertrokken waren,’ zo schrijft Ron. ‘Volgens mij had mijn opa een burgerfunctie bij de Nederlandse strijdkrachten, hij droeg geen uniform, maar zeker weet ik dit niet.’

‘Mijn ouders hebben een tijd bij mijn opa en oma ingewoond, in twee kamers die zich aan de achterzijde van de woning bevonden. Zij zijn in 1949 getrouwd in Amstelveen en daarna nog een tijdje bij mijn opa en oma blijven inwonen, totdat de zwangerschap van mijn oudere broer zich aankondigde, waarna zij begin 1950 zijn verhuisd naar de Laan van Meerdervoort in Den Haag.’

‘In oktober 1951 (inmiddels dus 73 jaar geleden) ben ik in Den Haag geboren en zijn we kort daarna verhuisd naar Hoofddorp, waar mijn vader een functie kreeg bij de belastingdienst. Kort daarna zijn mijn tante en haar man bij opa en oma ingetrokken en zij hebben daar nog meerdere jaren gewoond.’

Ron kwam graag op visite bij opa en oma in Kijkduin. ‘Mijn vader is ook verschillende keren in de zomer vanuit Hoofddorp naar Kijkduin gefietst, met mijn broer achterop en ik voorop de fiets in een zitje. Ik herinner mij de wandelingen door de duinen naar het strand, waarbij mijn oma onderweg rozenbottels plukte, om daar later jam van te maken.’

‘Ook herinner ik mij het bestaan van een bunker verderop in de laan en nog verder, links richting het strand, stond volgens mij een soort (wit) paviljoen, met daar in de buurt een enorme diepe bomkrater die op ons erg veel indruk maakte.’

Oud&Nieuw vieren bij opa en oma

Traditie was de Oud&Nieuw viering aan de Meer en Boslaan. ‘Ons gezin heeft verschillende jaren bij opa en oma nieuwjaar gevierd. Op Nieuwjaarsdag mochten we op de treden van het eerder genoemde trapje zitten, om naar het Nieuwjaarsconcert te luisteren, maar moesten we wel erg stil zijn.’

Dat monster achter het hek

Hoe zat dat nou precies met dat trapje en het monster achter het hek? Bij eerder uitzoekwerk rond de bunkerstelling in de middenberm van de Meer en Boslaan (zie het verhaal over de Meer en Boslaan 101), ben ik dit te weten gekomen:

De woning van opa en oma Huisman maakte deel uit van een bunkerstelling uit de Tweede Wereldoorlog. Het woonhuis diende als manschappenverblijf voor de daar gelegen soldaten, die een Wiederstandsnest, een zgn voorpost, bemanden in het midden van de Meer en Boslaan en in de tuin van de Duinlaan 149. Het woonhuis aan de overkant op nr 101 was d.m.v. een ondergrondse tunnel verbonden met deze stelling. Daar zat een luik in de vloer van de keuken die uitkwam op de gang.

Dus het bestaan van het trappetje en het hek in het huis van Ron’s grootouders klopt helemaal en de ondergrondse gang in de tuin naar de buren, klopt dus ook. Op de tekening van de stelling is de verbinding tussen hsnr. 102 met het geschut bij de Duinlaan 149 duidelijk te zien. In de tuin van de Duinlaan 149 lag een deel van de stelling, afgedekt met een gietijzeren koepel. Helaas hebben de nieuwe bewoners, tot woede van de mensen van de Stichting Atlantikwall Museum, de koepel een paar jaar geleden gesloopt… Dat zal ze knap tegengevallen zijn!

Het verhaal van de vroegere bewoners van de Duinlaan 149, de familie Snoijink, lees je overigens hier: Duinlaan 149 was mijn onderdak van 1946 tot 1956

‘Midden jaren ‘60 kon mijn opa het huis kopen voor ca. fl. 35.000,=, maar dit durfde hij niet aan en zijn mijn opa en oma verhuisd naar een appartement in een flat op de 7e verdieping, Wezelrade 75 d, uitkijkend over het Westland. Mijn oma vond dit vreselijk en zij heeft daar ook maar een paar jaar gewoond, tot ze daar overleed. Mijn opa is er blijven wonen tot hij ook overleed.’

‘Van de vier kinderen van mijn opa en oma is nog maar een zoon in leven, een veel jongere broer van mijn vader, Piet Huisman. Tot zover mijn herinneringen, het zijn er niet zo veel, maar toch…’

Mooie herinneringen Ron! Dank je wel voor het delen met ons!

Van de woning heb ik trouwens ook nog wat foto’s gepikt bij de makelaar, toen het in 2019 te koop stond. Een mooi bewaard exemplaar van het type vrijstaande villa met leistenen dak (zie de woningen/de-landhuizen leigedekt, huis nr. 5).

Fotoalbum